20 KM – “Run for zero corruption”


Date : 25/05/2018

“ÉÉN op VIER spelers geconfronteerd met CORRUPTIE”

Onder het motto “Run for zero corruption” lopen een aantal teams met TRANSPARENCY INTERNATIONAL BELGIUM de “20 KM DOOR BRUSSEL”. TI-Belgium peilt bij deze gelegenheid naar de stand van zaken qua ethiek en integriteit in de Belgische sportbeoefening.

“Marathons en de loopsport in het algemeen zijn nog altijd bij de meest zuivere sporten - het minst aangetast door corruptie, ook internationaal,” stelt Els De Waegeneer van de Vakgroep Bewegings- en Sportwetenschappen aan de Universiteit Gent. Sporten waarmee grote geldbedragen gemoeid zijn, geven een minder fraai beeld. Diepgaand wetenschappelijk onderzoek naar corruptie en wedstrijdvervalsing staat nog in de kinderschoenen, ook internationaal. De Waegeneer verricht met haar onderzoek pionierswerk (“Fair play in sports organizations: effectiveness of ethical codes”, gepubliceerd in Journal of Business Ethics).

Zowel in eigen land als elders in Europa doen zich, naarmate er steeds meer financiële belangen meespelen, verontrustende evoluties voor. Tegelijk, neemt vooral sinds de schandalen rond de Wereldvoetbalbond FIFA in 2015, het ethisch bewustzijn in professionele sportmiddens gaandeweg ook toe: ongeveer 60 procent van de recent in België onderzochte sportclubs, in zes verschillende disciplines (voetbal, badminton, tennis, judo, gymnastiek en paardrijden), heeft een eigen ethische code.

Meestal is dat een kopie van de ethische code van hun respectieve sportfederatie, of bij 20% van de ‘Panathlon’-verklaring (een charter dat de rechten van kinderen en jongeren centraal stelt). Al naargelang de club gaat het om een halve bladzijde of een code van een honderdtal pagina’s lang.

Ethische sportcultuur

“Een ethische code is een goed begin,” maar volgens De Waegeneer dient, om in onze sportverenigingen een authentieke ethische cultuur te grondvesten, bij de overgrote meerderheid nog een tandje bijgestoken te worden. Immers, één kwart van de spelers in elk van de zes in België onderzochte sporttakken zegt al in contact te zijn gekomen met omkoping of poging tot corruptie, zo blijkt uit recent onderzoek van UGent. En in de meeste gevallen werden nadien geen adequate maatregelen getroffen, omdat betrokkenen liever zwegen of gechanteerd werden! Om een kentering te bewerkstelligen, is dus méér nodig dan papieren codes.

Bovendien blijkt dat vooral de fans van clubs en/of van idolen coulanter omgaan met mistoestanden; dat zij een minder strenge houding aannemen dan gewone gebruikers of klanten in geval van misbruik door bedrijven bij louter commerciële verrichtingen: een liefhebber van een computer zal gemakkelijker veranderen van merk dan een enthousiaste bewonderaar zijn voetbalclub zal afvallen. “Absolute devotie en fan-loyaliteit wringen met een gezonde kritische houding.”

Mentaliteitsverandering

In België doet op Vlaams niveau het Centrum voor Ethiek in Sport, gesteund door de Vlaamse regering, aan actieve bewustwording en de Belgische Panathlon-vereniging waakt aan Franstalige kant over ethiek in sportzaken.  

Om een mentaliteitsverandering te versnellen en in sportmiddens te verankeren, pleit Els De Waegeneer voor enkele eenvoudige, maar noodzakelijke bijkomende ingrepen binnen de sportclubs zelf en op wetgevend vlak:

“Een ethische code volstaat niet als hij niet meer zou zijn dan een formele bundeling van richtlijnen. Een code moet daadwerkelijk gedragen worden door de hele organisatie. De rol van de coach is absoluut doorslaggevend. Zowel bij het opstellen als bij het laten respecteren en tot leven brengen van de code is zijn invloed cruciaal, omdat hij de brug slaat tussen het bestuur en de spelers op het veld. Dat gebeurt nu nauwelijks of helemaal niet.”

“Zo’n code moet in de eerste plaats inspirerend en praktisch bruikbaar zijn. Hij moet concreet maken wat bijvoorbeeld bedoeld wordt met ‘fairplay’ of het belang van ‘niet discrimineren’; hij verduidelijkt hoe de club gehoor geeft aan een meldpunt voor misbruiken of optreedt bij vervalsing van wedstrijden (matchfixing) en doping. In maximaal een dertigtal heldere richtlijnen dient voor iedereen onmiskenbaar te zijn waarom het clubbelang hecht aan ethisch gedrag en waarom een code geen vrijblijvende opsomming is van regeltjes.”

“Efficiënter dan één overkoepelende ethische code is nog, dat deze samengesteld zou zijn uit verschillende, afzonderlijke codes voor elk van de betrokken partijen (stakeholders): een code voor de bestuurders en het management, één voor de trainers, voor de spelers, voor de fans, de ouders, de sponsors. Elk met specifieke gedragsregels en verplichtingen voor elke doelgroep.”

“Essentieel is ook dat richtlijnen inzake ‘degelijk bestuur’ (good governance) vervat zijn in een afzonderlijke gedragscode voor de bestuurders, toegespitst op het vermijden van belangenvermenging, op de omgang met sponsors, het aannemen van geschenken en zo meer. Dergelijke transparantieregels zijn uiteraard anders dan gedragsregels voor de spelers op het veld.”

“Scandinavisch onderzoek geeft aan dat meer vrouwelijke bestuursters in sportclubs leidt tot minder corruptie. We hebben, wat dit betreft, nog een hele weg te gaan.”

“Ook de wetgeving kan beter. Het Gerecht zou zeker gediend zijn met specifieke wetgeving ter bestrijding van matchfixing. Men bevindt zich hier nog in een mistige zone, zowel in eigen land als in het buitenland, omdat een sluitende definitie van het fenomeen niet eenvoudig is. Nu eens is ze te ruim, dan weer te eng. Die moeilijke definiëring mag geen reden zijn om de oefening niet te maken.”

“Hetzelfde geldt voor de bescherming van klokkenluiders. Er is absoluut behoefte aan formele regelgeving. Die bestaat niet in België en ook internationale sportorganisaties blijven vrij vaag. Er is vooruitgang wat de Internationale Tennisfederatie betreft en bij de FIFA, sinds de voetbalschandalen uit 2015 rond toenmalig voorzitter Sepp Blatter; althans op papier.”

Aandacht voor ethiek in de sport geraakt stilaan in een stroomversnelling. En dat is hoognodig, omdat interferenties van de georganiseerde misdaad geen filmscenario’s zijn of uitzonderlijke misstappen. Het fenomeen blijft grotendeels onder de radar. Uit onderzoek leert Els De Waegeneer dat meer dan 60% van de sportlui die ooit benaderd werden voor wedstrijdvervalsingen en corruptie daarover met niemand praten. Hij of zij communiceert niet met de eigen club en durft dit zelfs niet te signaleren op het meldpunt sportfraude.be/fraudesportive.be van de Federale politie. Uit angst voor mogelijke represailles.

TRANSPARENCY INTERNATIONAL BELGIUM maakt dit jaar van Ethiek in Sport een van zijn belangrijkste aandachtspunten.